NATUUR ONTDEKKEN IN HET LANDSCHAP VAN DE WESTHOEK
In de Westhoek vallen landschap en natuur nergens onder één hoedje te vangen. De landschappen wisselen er van groots en eindeloos tot geborgen en intiem. Variatie troef, en dat binnen ieders bereik. Weet je dat de Westhoek zowel de hoogste heuveltop als de laagste polder van heel Vlaanderen bezit? De Kemmelberg is met 156 m het oog van Vlaanderen, terwijl De Moeren onder water lopen als er niet voortdurend wordt drooggemalen.
Vanuit een luchtballon oogt elk Westhoekplaatsje als een oneindige lappendeken van alle soorten groen, met hier wat oker en daar wat sienna, blauwe spatjes of kronkellijnen. Toch blijft het aandeel “wilde”, onvervalste natuur in de Westhoek beperkt. Landbouw (dus: mensenwerk) voert er overal de boventoon. De Westhoek is als één grote boerderij. Met veel verloren hoekjes, vergeten kantjes en ruige randjes. En waar het landschap eigen-aardig blijft, overleven ook bijzondere planten en diersoorten.
Cijfers in de tekst verwijzen naar deze kaart :
1. Vlaamse natuurreservaat
De Westhoek
2. Oude Zeedijk
3. Moeren
4. Komgronden van Lampernisse
5. Plateau van Izenberge
6. IJzer
7. Kleiputten
8. Blankaart
9. Handzamevallei
10. Koekelarebos
11. Bos van Houthulst
12. Bossen van Zonnebeke
12. Den Doel of Polygoonbos
13. Ieperse Gasthuisbossen
14. Wijtschate
15. Oude Vaart Ieper-Komen
16. Palingbeekdomein
17. Verdronken Weide
18. Helleketelbos
19. Galgebossen
20. West-Vlaamse ‘Bergen’
21. Kemmelberg
Duinen met klasse
Tot diep in de 19de eeuw bleef de Westkust het allerlaatste Vlaamse natuurlandschap. Tussen de Franse grens en de IJzermonding heerste een onafgebroken, 2 km breed duinenparadijs. Daarvan rest nu nog de kleine helft, 1.524 ha.
Bovenaan het lijstje van de mooiste duingebieden prijkt het Vlaamse natuurreservaat De Westhoek (1) [ga naar kaart], 340 ha groot. Deze westelijke uithoek van België vormt één geheel met de Noord-Franse duinenlandschappen. Een bewegwijzerd padennet, met start bij de onthaalhut, leidt doorheen het uitgestrekte gebied. Indrukwekkend in de Westhoek blijft het Centrale Loopduin, dat jaarlijks minstens 5 m zuidoostwaarts opschuift. Je zwerft er 120 ha lang door de zandwoestijn.
Boerenlandschappen
In het Veurnse Blote of Bachten de Kupe, de biljartvlakke polders tussen Nieuwpoort, Veurne en Diksmuide, blijven echte natuurgebieden schaars. Toch genieten enkele karakteristieke, eeuwenoude boerenlandschappen er naam en faam. De Oude Zeedijk (2) [ga naar kaart], met nog een aantal typische boogbruggetjes, leiden je erdoor heen.
Langs weerszijden van de landsgrens, ten oosten van Veurne, strekken zich De Moeren (3) [ga naar kaart] uit over meer dan 3.000 ha (1/2 Vlaams, 2/3 Frans). Oorspronkelijk was dit een natuurlijk moerasgebied achter de kustduinen. In 1637 slaagt de Antwerpse ingenieur Wenzel Cobergher erin om De Moeren droog te malen. Een laatste onderwaterzetting in 1944, als wraakactie door het vluchtende Duitse leger, vernietigde er alle hagen en bomenrijen. De Moeren bleef sindsdien een boomloze reuzenakker.
De komgronden van Lampernisse (4) [ga naar kaart] (1.200 ha) vormen een ander typerend, historisch gegroeid landbouwgebied, een bijna ononderbroken graslandschap. Het authentieke polderdorpje Lampernisse, het stilste dorp van West-Vlaanderen, ligt er verloren temidden weilanden. Onder de oppervlakkige kleilaag, aangevoerd door vroegere zeeën, ligt hier een dikke turflaag. De zee verdween en de bodem verzakte door inklinking (uitdroging) van de turf. De vroegere kreken waren echter gedeeltelijk met zand opgevuld en bleven op hun niveau. Zo ontstond een omkering van het reliëf: hogere kreekruggen naast de lagere komgronden. Hoe lager, hoe natter, hoe meer graslanden. Door moderne drainagetechnieken werden de bloemrijke hooilanden van weleer tot droge, monotone graasweiden, soms ook (maïs)akkers omgevormd.
Ten westen van de komgronden ligt het iets hogere Plateau van Izenberge (5) [ga naar kaart]. Dit wat onderschatte, licht golvende landschap haalt zijn karakter uit de massieve houtkanten, hagen en (knot-) bomenrijen, die hier en daar stand hielden.
IJzervallei
De IJzer (6) [ga naar kaart] vormt de rode (lees: blauwe) draad doorheen de noordelijke Westhoek. De echte natuurwaarden van deze kleine stroom blijven nauw verbonden met haar overstroombaarheid. Vanaf Fintele houdt de hoge Dijk van Veurne-Ambacht de vallei onberispelijk droog langs de linkeroever. Alleen in Stuivekenskerke, nabij de monumentale Viconiahoeve, mocht zich een waterrijk gebied ontwikkelen. De kleiputten (7) [ga naar kaart] ontstonden door oppervlakkige kleiwinning tussen 1945 en 1979. Vanaf 1981 is het gebied beschermd als natuurreservaat van eerst 22, nu 30 ha.
Stroomopwaarts, vanaf Diksmuide, blijft de IJzervallei overstroombaar langs haar lagere rechteroever. Bij hoge waterstanden loopt de rivier ongehinderd over in haar broeklanden. Hoe natter de broeken, hoe meer leven ze aantrekken. Vooral weidevogels zijn tuk op de natte IJzerbroeken.
Tijdens winterse overstromingen verblijven er soms méér dan 80.000 vogels, vooral eenden en ganzen. Van elf soorten overwintert er regelmatig 1% van de totale Noordwest-Europese populatie. Meest spectaculair zijn de smienten met 15.000 tot 45.000 vogels.
Er broeden jaarlijks tot 100 paartjes in de natte broeklanden.
Dé kers op deze valleitaart is het befaamde natuurreservaat De Blankaart (8) [ga naar kaart] (in Woumen), nabij het gelijknamige kasteel. Het waterrijke gebied maakte het voorbije decennium een belangrijke evolutie door. Het klassieke Blankaartreservaat (50 ha vijver, 20 ha rietmoerassen en 10 ha parkbos) groeide tot 220 ha dankzij verwerving van laag gelegen hooilanden en natte randgebieden.
Het wandelpad in en om het reservaat, temidden een uitzonderlijk valleilandschap, is een avonturentocht. Vergeet laarzen en verrekijker niet. Wie de kans krijgt om met de fluisterboot op de Blankaartvijver rond te zwerven, maakt iets exclusiefs mee (enkel voor groepen van 15 april tot 15 september - tel. 051/54.52.44 - www.natuurpunt.be/westvlaanderen). Let wel: na regenrijke periodes kunnen de broeklanden snel overstromen, waardoor een deel van de tocht onmogelijk wordt.
Rond Pasen opent het Bezoekerscentrum De Otter in de Blankaart de deuren met een permanente tentoonstelling rond de natuur in de IJzer- en de Handzamevallei.
De Handzamevallei (9) [ga naar kaart], ten westen van Diksmuide, drijft als een lage, natte wig tussen vijf dorpjes door. Opnieuw bepaalt de winterse overstroombaarheid het eigen, vaak erg sfeervolle karakter van dit open graslandschap.
Bossen
als woudrelicten
De IJzervallei en de polders tussen Veurne, Diksmuide en Nieuwpoort blijven, op kleine vlekjes na, vrijwel zonder bos.
Ten noordoosten van Diksmuide ligt het versnipperde Koekelarebos (10) [ga naar kaart] (70 ha). Er groeien oude zomereiken van meer dan 200 jaar, en er is de aparte “Koekelare-den”. Deze plaatselijke, succesvolle cultivar van de Corsicaanse den wordt hier vanaf 1882 gekweekt.
Vanaf 1945-1946 werd nabij het bos een arboretum aangelegd dat 140 verschillende boomsoorten verzamelt.
Koekelarebos telt 5 km vrij toegankelijke wandeldreven.
Ten zuidoosten van Diksmuide ligt het legendarische Bos van Houthulst (11) [ga naar kaart]. Het woud strekte zich halfweg de 19de eeuw nog uit over 3500 ha maar werd gedecimeerd tot amper 352 ha. Dit alles maakte ooit deel uit van het 6.000 ha grote Vrijbos, waar de Bende van Bakelandt zich schuilhield.
Het vrij toegankelijke bosdeel telt op vandaag 67 ha, met toegang nabij de gemeente zelf. Het grotere zuidelijker deel (200 ha) is militair domein, waarin o.m. de opslag en vernietiging van (nog dagelijks gevonden!) oorlogstuig plaatsvindt. Ook de grote Belgische militaire begraafplaats langs het bos herinnert er aan de vermetele Grooten Oorlog. In 2005 werd een nieuw domeinbos voor het publiek toegankelijk gesteld. Eversambos is bijna 40 ha groot en ligt op het grondgebied van de gemeenten Alveringem en Stavele.
Ieperboog
Nog zuidelijker, in een wijde boog rond Ieper, liggen een reeks bossen van Zonnebeke (12) [ga naar kaart] (Doelbos, Nonnebossen), Zillebeke-Hollebeke (13) [ga naar kaart] (Gasthuisbossen, Palingbeekdomein) tot Wijtschate (14) [ga naar kaart](Campagnebos, Kroonaardbos). Alles samen ongeveer 600 hectare bossen, verspreid over de hellingen van een lange heuvelkam. Diezelfde kam bepaalde het zuidoostelijke deel van de frontlijn rond Ieper, de beruchte Ieperboog. Tussen 1922 en 1930 werden de meeste bestanden heraangeplant.
Het bos Den Doel (12) [ga naar kaart] (of Polygoonbos) bij Zonnebeke omvat nog 76 ha van de oorspronkelijke abdijbossen (330 ha).
De oude schietheuvel uit 1845 is nu geïntegreerd binnen de Britse militaire begraafplaats in het bos. Den Doel is een vrij gesloten bos. De Ieperse Gasthuisbossen (13) [ga naar kaart] (samen 220 ha) overleefden de systematische ontginningen en versnippering van de 18de-19de eeuw, omdat ze eigendom waren van het Ieperse Armenbestuur.
Na een totale vernietiging tijdens W.O.I werden de heraangeplante bossen intussen 80 jaar oud, een leeftijd waarbij zich steeds meer natuurwaarden ontwikkelen. Opvallend is o.m. de toename van roofvogels, spechten, reeën en roofdieren. Dankzij een gerichte aanpak door de provincie kan je er nu over ongeveer 15 km paden rondzwerven. Bewegwijzerde routes leiden je in en tussen de bosgebieden, doorheen het erg aantrekkelijke, glooiende landschap tussen Zillebeke, Geluveld en Zandvoorde.
Oude Vaart
Het verhaal van de Oude Vaart Ieper-Komen (15) [ga naar kaart] illustreert hoe mooi de natuur het menselijk falen kan vergeven. Vanaf 1864 tot 1912 werd tijdens diverse werkperiodes gepoogd om een kanaal te realiseren tussen Ieper en Komen.
De graafwerken waren na 3 jaar af, maar de doorsteek doorheen de heuvelkam nabij Hollebeke (tevens de waterscheidingslijn tussen IJzer- en Leie-bekken) speelde enorme parten. Twee keer stortte een tunnel in, steeds weer schoven de steile sleufwanden af. Net vóór W.O.I werd het werk opgegeven, om later nooit meer
hernomen te worden.
Tussen 1970 en ‘73 werd langs de 3 km lange sleuf het provinciedomein De Palingbeek (16) [ga naar kaart] ingericht, 67 ha klein. Vanaf 1987 groeide het domein tot een ruime 240 ha (2002).
In het Palingbeekdomein is variatie troef: nat en droog wisselen elkaar af, er zijn omhaagde, kleinschalige graslanden met mooie poelen, ouder bos en jong bos, hooilanden en boomgaarden.
Er is een Educatief Bezoekerscentrum met milieuboerderij langs de Vaartstraat.
Ook dichter bij Ieper, tot tegen de stadsrand, valt er veel fraais te beleven. Rondom de stad evolueert het vestinglandschap, inclusief het sedert 1999 ingerichte Hoornwerkpark, tot een ecologisch èn historisch waardevol groendomein van 40 ha. Aantrekkelijke infoborden begeleiden de bezoeker langsheen een uitgezocht parcours.
Ten zuiden grenst het vestinggebied aan het wacht- en spaarbekken De Verdronken Weide (17) [ga naar kaart] (34 ha). Dankzij een natuurtechnische inrichting kreeg Ieper er een prachtig natuurgebied bij, waar vooral watervogels grote sier maken. Zonder veel moeite kan je hier tientallen soorten waarnemen. Aan watergebieden trouwens geen tekort rond Ieper: Zillebekevijver, Dikkebusvijver (beide ontstaan in de 13de eeuw) en het Ieperleekanaal (17de eeuw). Je fietst of wandelt er rustig langs groene dreven, terwijl futen, reigers, aalscholvers, kuif- en andere eenden, of zelfs het prachtige ijsvogeltje voor spektakel zorgen.
In Wervik zijn er de ‘Balokken’, een 36 ha-groot eiland met moeraszone, wandelpaden, loopsteigers en kruidentuin.
Hoppeland
In Hoppeland, de streek rond Poperinge hield het zo typerende kleinschalige Westhoeklandschap op vele plaatsen vrij goed stand. Echte natuurreservaten zijn er niet, maar dat deert niet voor wie met open oog en oor wandelt of fietst doorheen het bosrijke platteland tussen Watou, Proven en Krombeke. De meeste bossen en parklandschappen bleven privaat of zijn beperkt toegankelijk. Het regelmatige voorkomen van soorten als rode bosmier, ree, steenmarter, zeven soorten amfibieën en nogal wat roofvogels illustreert er de meer dan behoorlijke natuurwaarden.
Nabij Abele wordt het landschap plots bultiger. Het Helleketelbos beheerst er een kleiheuvel van 60 m hoogte. Dit populaire wandelbos (42 ha, met uitbreidingsplannen in de toekomst) omvat zowel naaldhout als gevarieerd loofbos. In de lente pakt het Helleketelbos (18) [ga naar kaart] uit met een verrassend boeket voorjaarsbloemen. Hier vindt sedert 1990 het oudste reeënbestand van de Westhoek een vast onderkomen. Halfweg tussen Poperinge, Elverdinge en Vlamertinge spreiden zich de drie lobben van de Galgebossen (19) [ga naar kaart] (100 ha) uit. Dit vroegere jachtbos van de Elverdingse kasteelheer werd de voorbije jaren systematisch uitgebreid.
Op hoog niveau
‘Last but not least’, het Heuvelland. Het zuidwesten van de Westhoek wordt getekend door de merkwaardige reeks van zeven West-Vlaamse ‘Bergen’ (20) [ga naar kaart]. Het begint op de landsgrens met de Zwarteberg (152 m), vervolgens de Vidaigneberg (134 m), Baneberg (143 m) en Rodeberg (136 m) die feitelijk één langgerekte, bultige helling vormen. De ietwat aparte Kemmelberg is met zijn 156 m de hoogste heuvel van Vlaanderen (eventjes de Voerstreek vergeten), terwijl tweelingbroer De Monteberg 132 m haalt. De Scherpenberg (125 m) loopt iets noordoostelijker uit de pas. De bronbosjes of natte hooilandjes zijn de kleine, intieme schatkamers van het Heuvelland. Van maart tot juni wordt de bloemenpracht er indrukwekkend, in alle kleuren en maten. Naast de (blauwpaarse) boshyacint vormen ook (witte) bosanemoon, (geel) speenkruid, (roze) pinksterbloem, (rode) koekoeksbloemen en nog veel meer soorten er uitgestrekte kleurtapijten. De mooiste gebieden om dit mee te maken zijn het Warandepark en de noordwestelijke flank van de Kemmelberg in Kemmel, het Hellegat op de Rodeberg of het domein Yourcenar, net over de grens op de Zwarteberg. In de voorbije jaren wist de regionale natuurvereniging Natuurfonds Westland vooral rond Westouter en Loker enkele pareltjes van bronbossen en beekvalleitjes voor de toekomst te beschermen, en via natuurbeheer verder te ontwikkelen. Momenteel zijn reeds 43 ha als privé-natuurreservaat ingericht, verspreid over 6 gebieden. Via geleide excursies kan iedereen van deze pracht genieten. Het nieuwe provinciedomein De Kemmelberg (21) [ga naar kaart] (100 ha) krijgt stilaan zijn definitieve vorm. Het Kemmelbergdomein wordt ongetwijfeld een nieuw hoogtepunt in het Westhoek-landschap.
Tekst Lieven Stubbe
